Windows 7

De computer aanzetten en Windows
Als je iets op de computer wilt doen, moet je de computer natuurlijk wel aanzetten. Druk op het knopje van de computer. Kijk naar het knopje van het scherm: is het aan? Als het niet aan is moet je ook even op het knopje van het scherm drukken.
Daarna moet je even wachten, want het programma ‘Windows’ moet nog starten. Windows is een heel belangrijk programma. Met dit programma kan je alle andere programma’s starten.
Wacht tot Windows klaar is. Klik dan op ‘Start’  (links onderaan). Je ziet nu links de meest gebruikte programma’s, bijvoorbeeld:
Internet Explorer (om internet te starten)
 Word (als je iets wilt schrijven)
 Windows Media Player (om muziek te luisteren)

Helemaal onder zie je ‘Alle programma’s’. Als je je muis daarop zet, zie je alle programma’s die op de computer staan.

Programma’s starten, groot en klein maken en sluiten
Programma’s die je vindt bij de knop ‘Start’  (links onderdaan) kan je starten door één keer met de muis te klikken. Andere programma’s start de door twee keer snel met de muis te klikken (‘dubbelklikken’).

Helemaal rechts boven zie je deze dingen:

Met het rode kruisje kan je stoppen.
Met het rechthoekje kan je het programma helemaal groot maken.
Met het streepje kan je het programma ‘parkeren’: helemaal klein maken. Het programma is dan nog open, maar je ziet het niet meer. Je kunt het weer groot maken door rechts onder op de knop met de naam van het programma te klikken.

 Bestanden zoeken op de computer
Met Windows kan je ook dingen zoeken die je eerder hebt opgeslagen (bewaard). Die dingen die je bewaard hebt, heten ‘bestanden’. Alle bestanden worden bewaard in ‘mappen’. Een map is een ‘geel envelopje’:
Als je je bestanden later weer snel wilt vinden, moet je de bestanden wel in de goede map bewaren:
– Bewaar teksten en brieven in de map ‘Documenten’.
– Foto’s in de map ‘Afbeeldingen’.
– Muziek in de map ‘Muziek’.

Deze mappen kan je weer vinden als je op ‘Start’ klikt (links onderaan).
Wil je alle mappen zien? Klik dan op ‘Start’ en ‘Computer’.

Bestanden openen, afdrukken en sluiten
Bestanden die je hebt opgeslagen kan je ook weer openen. Je hebt b.v. het bestand ‘brief ed’ opgeslagen. Wil je het weer openen? Klik dan op ‘Start’, op ‘Documenten’, en dubbelklik op ‘brief ed’.
Wil je het bestand afdrukken (op papier zetten)? Klik dan linksboven op ‘Bestand’, en daarna op ‘Afdrukken’ en nog een keer op ‘Afdrukken’.

Wil je het bestand weer sluiten? Klik dan op het rode kruisje.

Bestanden veranderen, ‘opslaan’ en ‘opslaan als…’
Misschien wil je het bestand veranderen. Je kunt b.v. in een brief een extra stukje tekst erbij schrijven, of je kunt een stukje tekst weghalen.
Wil je alleen de nieuwe, veranderde tekst bewaren? Klik dan in de menubalk (bovenaan) op ‘Bestand’ en op ‘Opslaan’.
Wil je de oude én de nieuwe tekst bewaren? Klik dan op ‘Bestand’ en op ‘Opslaan als…’. Geef de nieuwe tekst een andere naam (b.v. ‘brief ed 2). Klik daarna op ‘Opslaan’. Klik weer op het kruisje om het bestand te sluiten.

 De computer uitzetten
Als je klaar bent, moet je de computer weer uitzetten. Klik op ‘Start’ en dan op ‘Afsluiten’.